Familie MATTHYS-VANDENBUSSCHE – Haringe

Varkenskweker, zelfmenger van voer én mestverwerker

Wie? Bram Matthys en Elien Vandenbussche, samen met (schoon)ouders Dirk Vandenbussche en Sabine Rouseré

Bedrijf? Hof ter Bussche

Wat? Varkensbedrijf met 260 zeugen en afmesten van de bijhorende biggen. Eigen menginstallatie voor varkensvoer met restproducten uit de voedingsindustrie. Biologische mestverwerking.

Waar? Nachtegaalstraat 8, Haringe (Poperinge)



Heb jij al eens pasgeboren biggetjes gezien? Ze lijken wel van marsepein, zo schattig. Bij Bram Matthys en Elien Vandenbussche worden er om de drie weken nieuwe biggetjes geboren. In 200 dagen groeien ze uit tot volwassen varkens van wel 115 kg! Hier krijgen ze zelfgemengd brijvoeder en ook hun mest wordt ter plaatse verwerkt.

Een rondleiding in de varkensstallen van de familie Matthys-Vandenbussche begint met… een kraambezoekje! Tot 15 biggetjes tegelijk doen zich tegoed aan de melk van mama-zeug. Het is een fascinerend zicht. In het kraamhok krijgen de biggetjes een oormerk. Dat is als het ware hun identiteitskaart, met daarop hun levensloop. Ze krijgen ook een ijzersupplement. In vier weken tijd gaat het gewicht van de biggen maar liefst maal zeven: van gemiddeld 1 naar 7 kg! Dan is het tijd om de biggen naar een ruimere stal te brengen. Die wordt extra verwarmd en er is aangepast voeder van de meelfabriek. Vanaf nu mogen de ‘meisjes’ (zeugen) en ‘jongens’ (beren) niet langer samenhokken. “Dat zou wel eens tot relletjes kunnen leiden”, knipoogt de boer.

De intacte beer en de zorgzame zeug

De mannelijke varkens mogen hier van geluk spreken. Hof ter Bussche respecteert ‘de intacte beer’, wat betekent dat de mannetjes hun teelballen mogen houden. In de sector was castratie tot voor kort een noodzakelijke praktijk om te voorkomen dat het vlees van de beren een scherpe geur afgeeft bij het bakken. Om dat te vermijden, worden de beren op dit bedrijf vroeger geslacht. Voor de boer betekent dat iets minder opbrengst, omdat hij per kilogram vlees vergoed wordt. Voor de dieren betekent het meer levenskwaliteit. Om de consument te beschermen tegen ‘berengeur’ doen de slachthuizen zelf een geurtest en halen ze het vlees van eventuele getroffen varkens uit de voedselketen.

Het kweken van varkens begint uiteraard met goede zeugen. 260 hebben ze er bij Hof ter Bussche. Van elke zeug wordt een fiche bijgehouden. Daarop staat onder andere welk karakter ze heeft, met wie en wanneer ze gedekt wordt, hoeveel biggetjes ze telkens werpt en hoe goed de melkproductie loopt. Een zeug brengt gemiddeld 13 biggetjes groot per worp, en dat 2,4 keer per jaar. Wanneer een zeug te weinig melk produceert, laat de boer een paar biggetjes drinken bij een pleegmoeder. Met goede resultaten, overigens!

Boekhoudkundige nauwkeurigheid

Voor de volledige cyclus van de varkenskweek houdt de familie Matthys-Vandenbussche een strak schema aan. “Elke taak – insemineren, werpen en spenen - komt om de drie weken terug“, legt Dirk uit. “En elke dracht duurt precies drie maanden, drie weken en drie dagen. Daardoor kunnen we met zeven groepen een efficiënte routine aanhouden en diverse cycli per jaar opstarten. We hebben een boekhoudprogramma om het allemaal bij te houden.”

Eigen menginstallatie voor brijvoeder

Innovatief is het bedrijf in elk geval! Voor het varkensvoer bijvoorbeeld laten vader Dirk en schoonzoon Bram zich begeleiden door een voedingsdeskundige. Bram: “We zijn erin geslaagd om met resten uit de humane voedingsindustrie (onder andere aardappelschillen, biergist, tarwegistconcentraat en soy feed) en zelfgeteelde maïs, tarwe en gerst een uitgebalanceerd brijvoeder samen te stellen voor de vleesvarkens. Het vergt meer werk op het bedrijf, maar is ecologisch én economisch een interessant verhaal!”

Gesloten keten

Ook van de mest van de dieren gaat niets verloren. Natuurlijke mest bevat nuttige voedingsbestanddelen voor de bodem, maar eerst wordt de mest verwerkt. De familie Matthys-Vandenbussche heeft een eigen mestverwerkingsinstallatie, een indrukwekkende opstelling van diverse bassins. De ruwe mest doorloopt er diverse stappen via een centrifuge, pompen en bezinkingstanks. Het eerste wat opvalt, is dat het er ruikt naar… niets! Dirk geeft vol enthousiasme een gedetailleerde uitleg die – in ’t kort – hierop neerkomt: “Eerst scheiden we de ruwe mest in een dunne en een dikke fractie. De gedroogde dikke fractie wordt na compostering geëxporteerd naar Frankrijk. De wijnboeren maken er dankbaar gebruik van voor de druiventeelt. De dunne fractie doorloopt nog enkele cycli. Met behulp van bacterieculturen wordt de stikstof uit de mest gehaald en bekomen we op een biologische manier vloeibare meststof, effluent genaamd. Perfect voor de teelt van aardappelen en groenten, en dus veel gebruikt door de omliggende boeren. Zij zijn trouwens maar wat blij met deze mestverwerkingsinstallatie, want ze kunnen er ook hun eigen mestoverschotten laten verwerken.

Zo kunnen we vaststellen dat dit bedrijf erin slaagt om een gesloten kring te maken. Van het prille begin – het insemineren van de zeugen – over het mengen van de voeding tot het verwerken van de mest, de familie Matthys-Vandenbussche doet het allemaal zelf. “We kozen niet de makkelijkste weg,” beaamt Bram, “maar we zijn blij en trots dat het op die manier lukt. Ons bedrijf is één met de omgeving, en dat mag je gerust letterlijk nemen. We besteden extra aandacht aan groenvoorziening en integratie in het landschap. Het is een prachtige streek en dit willen we zo houden. Om het met je eigen ogen te zien, moet je maar eens de fietsroute volgen die hier passeert!”

Quote

“Het eerste wat opvalt bij de mestverwerkingsinstallatie is dat het er ruikt naar ... niets!”

Waarom Bram en Elien Matthys Schone Boeren zijn?

  • naaldloze injecties voor de biggetjes- ‘de intacte beer’
  • zonnepanelen, warmteboiler
  • eigen productie varkensvoer met restproducten van voedingsindustrie
  • biologische mestverwerkingsinstallatie
  • mooie integratie van de boerderij met streekeigen beplanting
  • Deelname ‘Dag van de Landbouw’

Ontdek de andere 'schone boeren'