Aardbeien Depestel

Wie? Luc en Maria Depestel en hun zoon Steven en vrouw Iwona

Bedrijf? Aardbeien Depestel

Wat? Aardbeienkwekerij

Waar? Sareptastraat 1, Moerkerke-Damme

Heerlijke aardbeien tien maanden per jaar

In dertig jaar groeien van zo’n 2500 plantjes tot een miljoen planten. Dan mag je wel spreken van een succesverhaal. Luc en Steven kweken bijna het hele jaar rond aardbeien die je zo het water in de mond brengen. Klanten komen soms van heel ver om ze te proeven. Tijdens ons bezoek observeren we een halfuurtje lang hoe de aardbeienautomaten aan de ingang van het bedrijf als een soort magneet werken. Nauwelijks is de ene klant vertrokken met zijn bakjes verse aardbeien of daar komt al een andere aangereden. De aardbeien uit Moerkerke zijn een felbegeerde lekkernij, zowel bij de gewone consument als bij bakkers en de horeca uit de streek. Maar hoe groei je van twaalf rijtjes aardbeienplanten in nauwelijks dertig jaar uit tot een goed draaiend bedrijf van meer dan zes hectare?

KORTE KETEN AVANT-LA-LETTRE

“We zijn van nul begonnen,” steekt Luc van wal. “Er was hier niks. We zijn begonnen in 1989 met grove groenten, bonen, prei, bloemkool, spruiten, een beetje van alles. En aardbeien zaten er ook tussen. Toen we begonnen, hadden we twaalf rijtjes, 2500 plantjes.”

Van bij de start kozen Luc en Maria voor de rechtstreekse verkoop, de korte keten nog voor de term bestond. Luc: “We probeerden zoveel mogelijk thuis te verkopen, en dat is altijd maar gegroeid. We hebben de andere gewassen stuk voor stuk laten vallen, totdat we in 2005 enkel nog de aardbeien overhielden. In 1997 zijn we met substraatteelt begonnen (het telen van de aardbeien in een kunstmatige bodem, in tegenstelling tot de volle grond, nvdr) en dat lukte. De mensen waren tevreden over de kwaliteit en bleven komen. Daarna zijn we zeer snel gegroeid.”

Intussen hebben ook Steven en Iwona in het ouderlijke bedrijf geïnvesteerd. De kwekerij blijft groeien, met aandacht voor duurzame bedrijfsvoering natuurlijk.

Zo gebruikt het bedrijf enkel ledverlichting, goed voor het milieu en voor de portemonnee. Terwijl de gloeilampen vroeger 100 watt verbruikten, is het verbruik van de leds nu maar 7 watt. Dan is het rekensommetje snel gemaakt. Op de loods en de huisvesting van de seizoenarbeiders heeft Luc zonnepanelen en een zonneboiler.

KOSTBAAR WATER

Maar in de aardbeienteelt is water ongetwijfeld de kostbaarste bron, waarmee spaarzaam omgegaan moet worden. Luc: “We hebben 400 liter water per lopende meter stelling nodig om te kweken. En op 1 hectare heb je 7000 meter stelling. Van die 400 liter water, recupereren we wel 30%. De andere 70% wordt door de planten opgenomen. Vroeger druppelde het water op de grond maar dankzij de goten die we geplaatst hebben, vangen we het nu opnieuw op. Het wordt ontsmet en daarna hergebruikt en dus gaat er niets van het water verloren.”

Het regenwater wordt opgevangen in een gigantisch bekken. Met een inhoud van 13 miljoen liter zou je denken dat je ruimschoots genoeg hebt, maar in een hete en droge zomer als die van 2018, volstond zelfs dat niet. Luc: “We hebben dus een tweede bekken aangelegd van 18 miljoen, zodat we nu zo’n 30 miljoen in voorraad hebben. Hopelijk krijgen we hem deze winter vol, anders hebben we volgend jaar weer hetzelfde probleem. Het heeft geen zin een put te maken als hij niet vol geraakt omdat het te weinig regent.”

AARDBEIENAMBASSADEURS

Niet alleen water wordt gerecupereerd, dat is ook het geval voor de CO2 uit de serres. Luc: “Daarvoor hebben we een buffertank. Overdag wordt hij gevuld met de CO2 die vrijkomt uit de serre. We moeten de CO2 niet meer in de lucht uitstoten, maar kunnen hem nu terug in de serre brengen. In plaats van vloeibare CO2 aan te kopen, gebruiken we onze eigen CO2. Het is een volledig gesloten systeem.”

Een groot deel van de oogst is dus bestemd voor de thuisverkoop, in de eigen automaten. In dat succesverhaal is continuïteit een belangrijke factor is. “Voor een echt goede thuisverkoop moet je ervoor zorgen dat je continu aardbeien hebt, zo’n tien maanden per jaar,” legt Luc uit. “En dat betekent dat je veel planten moet hebben.”

Het bedrijf van de familie Depestel is ook populair bij scholen, groepen en verenigingen. Die krijgen er alvast een heel hartelijke en smakelijke ontvangst. Luc: “We geven hun een rondleiding op het bedrijf en dan mogen ze ook proeven. Als er scholen komen, mogen de kinderen ook zelf even aardbeien plukken. De week nadien hoor je dat dan hier aan de automaat. ‘Mijn dochter of mijn zoon is hier geweest en dat was de max.’ Eerst mogen ze naar hartenlust proeven en als ze klaar zijn, krijgen ze een potje en dat mogen ze dan meenemen naar huis om aan hun ouders te tonen.” Of hoe je van je bezoekers ook ambassadeurs van je product kan maken.

PINTJE EN IJSJE

Voor de pluk doet Luc een beroep op seizoenarbeiders, gemiddeld tussen de 25 en de 30 in het hoogseizoen. Luc en Maria willen hun plukkers een echt thuisgevoel geven en dus zorgen ze voor een goeie gratis huisvesting op het bedrijf zelf. Maar er is meer: “Een goeie sfeer is super belangrijk. De zaterdagnamiddag gebeurt het dat we allemaal samen een pintje drinken. In de zomer laten we ook een paar keer de ijskar komen. Zulke dingen stellen onze plukkers wel op prijs.”

Een hele dag aardbeien plukken is belastend. En dus werd er ook gedacht aan de ergonomie van de pluk. Vandaag worden de aardbeien rechtstaand geplukt. Luc: “Vroeger werd dat voorovergebogen gedaan, maar zoiets hou je niet vol voor de rug. We hebben de planten dus op de goeie hoogte gezet om de pluk te vergemakkelijken.”

Een barcodesysteem waarbij elke rij plantjes overeenkomt met een unieke code zorgt er bovendien voor dat de kwaliteit van de aardbeien gemonitord wordt. “Zo kunnen we onze plukkers bijsturen en tips geven”, vertelt Luc, “zodat we de kwaliteit van ons product hoog houden.” En die kwaliteit, daar is niets over gelogen, hebben we intussen proefondervindelijk mogen ontdekken.

Quote

“VROEGER DRUPPELDE HET OVERTOLLIGE WATER OP DE GROND, NU VANGEN WE HET OP. HET WORDT ONTSMET EN DAARNA HERGEBRUIKT EN DUS GAAT ER NIETS VAN WATER VERLOREN.”

Ontdek de andere 'schone boeren'